Niet ingelogd - Inloggen
Bekijk geschiedenis

BRU-AGSB-Z-124bis

Algemene gegevens

Analytische datum: 20-09-1437

Opmerkingen analytische datum: De tientallen van het jaartal zijn niet goed leesbaar in de bron. We vermoeden dat er 'dertich' staat.

Type: Compositie betreffende een geschil tussen de ontvanger van de abdij van Zonnebeke en de dis van Zonnebeke over een tiende te Zonnebeke, in het voordeel van de dis

Beschrijving: Compositie in een geschil tussen de ontvanger van de abdij van Zonnebeke, Willem Deniis, en de dismeesters van de dis van Zonnebeke, betreffende een kleine tiende in de parochie van Zonnebeke [+ situering van de tiende]. De dismeesters beweren dat de tiende (ter waarde van 3 schoven) eigendom is van de dis, Willem Deniis claimt de tiende voor de abdij van Zonnebeke. Jan Lambrechte en Jacob den Zot waren scheidsrechters in dit geschil, en oordeelden in het voordeel van de dis.

Opmerking: Stukken van de tekst zijn onleesbaar, zowel door gaten als door het vervagen van de inkt.

Tekst

test

[grote stukken tekst onleesbaar]

Cond en[de] kenlijc zij allen lieden die [d]ese p[rese]te l[et][er]e zullen zien of horen lesen Dat [...?] alle Dat gheweist tusschen den [..?] willem denijs als procur[eur?] en[de] ontfanghere ou[er] en[de] [...?] [...?]nen here den abd en[de] couent van Zunnebeke ou[er] een zijde en[e]Jan de busschert e[...?] blonden als disschew[aer]d[er]res va[n] den dische van zinnebeke ou[er] and[er]e zijde sprietende vten oc[...?] zoine van enen [...?]dekin Dat de voors[eide] dischewarders heeschen toebehorende den voors[eiden] dische [...?]hende in de prochie van zinnebeke benoorden den groote[n] bourghoin[...?] ackere als breet als de viersticlande ziin diemen hiet de disschelande noorwart ghaende vanden groot[en] bourghongye ackere duer tupperhende vande lenen bourghoinge ackerkin [...?] breet als de voors[eide] viersticke lande ziin en[de] de voors[eide] vierst[icke] dien neder waert duere en[de] al[...?] noortghaende toter beke van alden tiedescouen die Jaerleix vallen vp de voors[eide] plecke [...?]hen de voors[eide] dischwarders van den drien tiende scoue[n] de twee[n] en[de] dat van ouden tijde[n] [...?] vseird ghecostumeirt wel ou[...?]henden tote derti[...?] van nv [...?]ouer Recht Jeghen tw[...?] wille[n] dr[...?] voors[eit] vter name van minen here den Abd en[de] couente voors[eit] al[...?]gierde de[...?] [...?]arie en[de] seide dat de tiende gheheel toebehoorde minen he[re] d[en] abd en[de] couente voors[eit] vp d[...?] [...?]cke ghelijt dat se doet van den andre[n] plecke dien [...?] anboden zijden verhaelt [...?] wanaf bede de voors[eide] p[ar]t[ien?] [...?] ziin Jnt zegghen wij[...?] [...?nache van Jan lambrechte en[de] van Jacob den zot de welke Jan en[de] Jacob [...?] vpt voors[eide] ghescil hebben ghehoort oorconsceip en[de] Dat ghe[?][...?]nneirt met Rijpheit van Rad[en] aduijse alsoot behoort Ende hebben voort als vriende[...?] arbitert vteghegheuen en[de] [ghe?]vonnest naerder goed[en] Jnformacie voor heml[ieden] daer of [...?] dat [...?] dischs hebben en[de] be[...?]den sal ou[er] ziin proper goet tsinen vryen eghendo[m]me van alden tijden die vp de voors[eide] plecke [...?] vanden drien scoue[n] [...?]wees[...?] en[de] miin he[er]e dabd en[de] ziin couent voors[eit] van den drien tiende scoue[n] den enen Ende om dat tvoors[eide] vonnesse Arbitrael te bet kenlic wezen zal so hebben wij Jan lambrecht en[de] Jacob de Zot voors[eit] als vriendelike arbiters dese p[rese]nte l[ette]re gheseghelt elc van ons met zijnen zeghele vuthanghende ghedae[n] Jnt Jare onshe[er]en duzentich [...?]erhondert en[de] zeuene en[de] [...?] vp den twintichste[n] dach van september

test

Dit toesiert het disschetiendeken