Niet ingelogd - Inloggen
< vorige

BRU-AGSB-Z-n1955

Algemene gegevens

Analytische datum: 20-11-1781

Opmerkingen analytische datum: Bijkomende dateringen: "ten Jaere 1778"; "desen jaere 1781"; "op den 29. der maent Iulij Lest" (29/07/1781).

Type: Verklaring door Pieter Iacobus Lemaire, als tiendenpachter van de abdij van Zonnebeke, betreffende de onterechte ophaling van een tiende te Beselare door de pastoor van Beselare

Beschrijving: Pieter Iacobus Lemaire, meester-schoenmaker te Beselare, verklaart dat hij in het verleden met Alexandre Duval de Veldhoek-tiende te Beselare pachtte van de abdij van Zonnebeke. Binnen deze tiendenhoek bevond zich een kleine hofstede, die gebruikt werd door Ignaes Verbrugghe; ook daar haalden Lemaire en Duval de tienden op. Achter de hofstede bevond zich een stukje land, dat in 1778 deels beplant was met tabak, waarvan Martinus vanden Briele als pachter van de tabakstiende ook de tiende ophaalde. Toen Lemaire en Duval in juli 1781 de tienden van het koren op dat stuk land wilden gaan ophalen, kregen zij echter te horen dat de pastoor van Beselare en zijn assistent deze al hadden opgehaald.

Tekst

test
[voorkant]

Den onderschreven pieter Iacobus Lemaire m[eeste]re schoenmaecker binnen dese prochie van becelaere oud vijftigh jaeren den welcken verclaert en[de] attesteert voor waerach- tigh dat hij in differente Stonden heeft gepacht gesaemdelick met alexandre duval den tijdt van vijf Iaeren Sekeren houck thiende genaemt het Velt houcxken binnen de prochie van becelaere Iegens den Seer Eerw[eerd]e[n] heer prelaet der abdije van Zonnebeke alwaer hij heer prelaet het recht van thiende is hebbende als geestelicken thiende heffer binnen de selve prochie binnen Welck houcxken thiende Sigh bevint Een hofstedeken Competerende Ende ghebruijckt bij ignaes

test
[voorkant]

verbrugghe alwaer den attestant ten tijde van Sijne vijf jaeren pacht altijdt de thiende heeft opgehaelt attesteert noch dat noort achter het huijs van t'ghes[eijd]e hofstedeken ignaes Verbrugge Sigh bevint Ende altijdt van de kennisse geweest heeft van den attestant Een partieken Saijland die was dienende voor Lochtinck ofte hovenierhof welcken hovenierhof ten Jaere 1778 ten deele was beplant met touback Ende Wanof martinus vanden briele als pachter der touback thiende van t'selve velthoucx- ken de thiende van den Selven touback heeft gelicht ofte opgehaelt attesteert den onderschreven

test
[voorkant]

Eijndelijnghe dat hij van desen jaere 1781 als pachter van het voorn[oemd]e houcxken thiende benevens dito duval vermaent is geweest door den voornoemden verbrugge op den 29. der maent Iulij Lest tot gaen verthienden ofte haelen het recht van thiende van het Cooren die Sigh bevont op het voorn[oemd]e partieken Saijlant die van alle oude tijden In Culture gebracht was Ende gedient hadde voor hovenierhof als andersints waer op den attestant Sigh heeft getrans- porteert tot haelen de selve thiende Ende aldaer geCommen Sijnde hadde den heer pastor deser prochie van Becelaere met Sijnen assistent Joannes

test
[voorkant]

Bourij het selve partieken Lant bestaen met Cooren verthient Ende vertransporteert al het welcke den attestant verclaert in Waerheijt te Bestaen met belofte van al t'selve te bevestigen onder Eede ten allen tijde aensocht Zijnde actum ende verleent tot t'Selve becelaere desen 20. novembre 1781

pieter Jacobus lemere

als p[resen]t vandenameele