Niet ingelogd - Inloggen
< vorige

LIT-001

Algemene gegevens

Opmerkingen analytische datum: Datering volgens Duvivier, 89. De bron bevat geen datering; Duvivier, 89-90 (+ voetnoot 2) dateert de bron tussen 24 april en 12 juni 1177, met de volgende verantwoording: “DIEGERICK place cet acte aux environs de 1185, et WAUTERS l’a analysé successivement aux années 1173-1190 et 1179-1190 (Table, etc., t. II, p. 697, et t. VII, p. 373). La véritable date résulte du texte de GISLEBERT (MGH, script., t. XXI, p. 526; édit. in-8°, p. 113; édit. DE GODEFROY, t. I, p. 188). - Philippe d’Alsace se rendit en Palestine une première fois en 1177; il partit vers la Pentecôte de cette année et aborda à Saint-Jean-d’Acre au commencement du mois d’août; il était de retour en Flandre en octobre 1178 (SIGEBERTI continuatio Aquicinetina, MGH, script. t. VI, pp. 415 et 417; GUILLAUME DE TYR, dans la Bibliothèque des croisades, historiens occidentaux, t. I, pp. 1027 et 1048, et t. II, pp. 677 et 678.”

Type: Schenking door de graaf van Vlaanderen - in naam van zijn zuster - van jaarlijkse renten aan diverse religieuze en semi-religieuze instellingen, waaronder de abdij van Zonnebeke

Beschrijving: Filips van de Elzas, graaf van Vlaanderen en Vermandois, gaat in op de wens van zijn oudste zuster, Gertrudis, die in het klooster gaat, en verdeelt 100 pond jaarlijkse inkomsten over een aantal religieuze instellingen, waaronder de abdij van Zonnebeke, en de abdij van Nonnenbossen; dit wordt ook bevestigd door graaf Boudewijn van Henegouwen en zijn echtgenote, Margareta, zuster van Filips.

Opmerking: Duvivier, 89, voetnoot 1: “Le texte de cette charte, publiée par Diegerick (Inventaire des chartes et documents appartenant aux Archives de l’ancienne abbaye de Messines, codex diplomaticus, p. XLII) d’après un cartulaire de cette abbaye, est incorrect, et, vu son importance, nous le republions d’après une bonne copie de Lille.” // Duvivier, 89: “Copie du 3 novembre 1388, d’après l’original, à la Chambre des comptes, à Lille. - Traduction romane dans le deuxième cartulaire de Flandre, pièce CLXV, et dans le troisème, pièce CLVII.” // Duvivier, 93, voetnoot 1, identificeert 'Mercheem' met Marck of Merck (Pas-de-Calais, Boulogne, Calais), waar de vrouwenabdij van Notre-Dame-de-Capelle stond; ons inziens verwijst 'Mercheem' naar de abdij van Merkem.

Tekst