Niet ingelogd - Inloggen
< vorige

BRU-AGSB-Z-n1512

Algemene gegevens

Analytische datum: 04-09-1663

Opmerkingen analytische datum: Bijkomende dateringen: "in daten van den vj.en Junij xvj.C drient'sestich" (06/06/1663); "baefmisse xvj.C drientsestich" (01/10/1663); "te baefmisse eerstcommende xvj.C drient'sestich" (01/10/1663); "in date vanden xxij.en meije xvj.C drient'sestich" (22/05/1663); "1664".

Type: Verkoop door meester Elias en echtgenote, de erfgenamen van Jan de Gandt, en Marijn Willaert, van een hofstede te Roeselare, aan de abdij van Zonnebeke

Beschrijving: De schepenen van de heerlijkheid van van de hertog van Neuburg, van Roeselare-Ambacht verklaren dat meester Jan Baptiste Elias en zijn echtgenote, jonkvrouw Cathelijne van Haelewijn, voor hen verschenen, evenals Jan vande Venne als procureur van de erfgenamen van wijlen Jan de Gandt, en Marijn Willaert filius Jacobs. Deze personen verklaarden dat zij hun aandelen in een hofstede van 2 lijnen 54 roeden, gelegen te Roeselare en momenteel bewoond door Mailliaert vande Casteele [+ situering van de grond] verkochten aan de abdij van Zonnebeke, voor de som van 77 pond 16 schelling 8 denier groten [+ bijkomende voorwaarden van de pacht].

Tekst

test
[voorkant]

Allen den ghoone die dese p[rese]nte letteren Sullen sien ofte hooren lesen Schepenen van weghen S'hertooghe van nieuburch Etc[eter]a Ende dat van sijnder heerl[ichede] van RousselaerAmbacht Saluijt Doen te weten dat hedent date deser voor ons commen ende ghecompareert es Jn persoone Mester Jan Baptiste Elias in huwelick hebbende Jo[ncvrauw]e Cathelijne van haelewijn de selue bijden voorn[omden] haeren man tot de saecke naerschr[euen] thaeren dancke behoerl[ick] gheauthoriseert S[ieu]r Jan vande venne machtich bij procura[ti]e hem v[er]leent van weghen de ghemeene hoirs wilent S[ieu]r Jan de gandt ghepasseert voor den notarijs mattheussens in daten van[den] vj.e[n] Junij xvj.C drient'sestich ten passeren van desen ghesien ende ghelesen voorts marijn willaert f[ilius] Jacobs welcke voorschr[euen] comparanten te weten den voornomden Elias Jan van[de] venne vuijtten naeme van sijn mandanten ende den voorschr[euen] marijn willaert gherecht Elck Ouer Een derde part in twee lijnen liiij Roeden behuijsde hof[sted]e mette groene ende drooghe Catheijlen daerop staen[de] binnen de prochie van Rousselare verre noort buijten der stede presentel[ick] bewoent bij mailliaert van[den] casteele onder den selue Ambachte paelen[de] mette[n] westhende ter strate ledende van rousselare naer Ghijdts Kennen bij desen ghesaemdel[ick] de voorschr[euen] hof[sted]e met de Catheijlen v[er]cocht te hebben aen en[de] tot proffijte van mijn Eerwerdich heere den prelaet en[de] convente van[de] Abdie van sonnebeke voor de so[m]me van seuenent'sestich pon[den] sesthien schellijn[ghen] acht penijnghen grooten den hoop bouen godtspenninck en[de] lijfcoop ter discretie wel[cke] voorschr[euen] So[m]me de v[er]coopers sal valideren Jeghens mijn voorschr[euen] heere prelaet op t'ghoone dat sij schuldich sijn van v[er]scheene[n] lanspachten en[de] 6[?] Jaer pacht te v[er]schijne[n] baefmisse xvj.C drient'sestich en[de] Jnghevalle den voorn[omden] heer prelaet bij Rekenijn[ghe] beuonde[n] wierde mijnder so[m]me goet te hebben belooft heer Jacobus piers dispensier van[de] voorn[omde] Abdie dexcressentie van[de] coopso[m]me goet te doene aen[de] voorn[omde] v[er]coopers met t'Ouerschot vande prisie de welcke op de pachtlanden beuonde[n] sal woorden hant te slane bijde[n] heer cooper aen[de] v[er]cochte partie te baefmisse eerstcomen[de] xvj.C drient'sestich dienvolghen[de] soo hebben deerste comparante[n] heml[ieden] al wel en[de] wettel[ick] ontgoet ontvuijt en[de] onterft van[de] voorschr[euen] hof[sted]e met de Catheijlen daerop staende Ende voirdt daer Jnne ghegoet en[de] gheerft mijn voorn[omde] Eerw[eerd]e heere prelaet en[de] heere van Zonnebeke ter Accepta[ti]e van[de] voorn[omde] heer Jacobus piers p[rese]nt en[de] Accepteren[de] bij ordre van[de] voorn[omde] heere prelaet in date van[den] xxij.e[n] meije xvj.C drient'sestich onderteekent M. dauidt Abt van sonnebeke ten passeere[n] van dese[n] ghesien en[de] ghelesen stellende den voorn[omden] heer Acceptant vuijt crachte van sijn schriftel[icke] Ordere ghedateert alsuoore[n] den persoon van mijn voorn[omde] heere prelaet voor sterfuel[ick] hoir Jn kennesse der waerheijt hebben wij Walraue lust en[de] Jan muijle Als schepen[en] van[den] sel[uen] Ambachte de menute deser neffens de comparante[n] onderteekent en[de] dese[n] p[rese]nten erfbrief doen teekene[n] opde[n] ploij bij onsen greffier dese[n] iiij.e[n] septembre xvj.C drient'sestich t'oorcon[den]

a. J. Donckers 1664

test
[achterkant]

506 b erbrief [sic] van twee Lijnnen 54 roen Lants behuust onder Rousselare Ambacht ten profijtte van[de] Abdije van Sonnebek[e] jnt Jaer 1663 de[n] iiij [septem]ber H 1663